De geschiedenis van Gilera begint in 1909
wanneer Giuseppe Gilera in Milaan een bescheiden
werkplaats inricht voor de productie van zijn eerste motorfiets.
De in 1887 geboren Giuseppe Gilera groeide op in zijn geboorteplaats Zelo Buon
Persico
in de Italiaanse streek Lombardije.
Op jonge leeftijd bleek al zijn gevoel voor techniek
en zijn fascinatie voor de toen nog jonge motortechniek.
In 1909 trok hij de stoute schoenen
aan en begon
hij met de productie van de VT 317, een 317 cc 1-cylinder
motorfiets
die werd aangedreven door een riem.
Eigenlijk leek de eerste Gilera meer op een fiets met hulpmotor
dan op een echte motorfiets maar voor die tijd zag deze eerste Gilera er prima uit.
Zijn prestaties waren ook al meer dan behoorlijk.
Met een topsnelheid van 105
km/u telde je in die tijd zeker mee.

Gilera VT 317 uit 1909 |
Giuseppe Gilera had niet alleen
aandacht voor de techniek van de motorfiets want
als geen ander kon hij zijn machine door de bergachtige bochten van
Lombardije jagen en ook als tuner en testrijder zou hij later
van onmisbare waarde blijken voor zijn motorenfabriek.
De eerste successen boekte Gilera in de toen nog
amateuristische races die overal werden georganiseerd.
Giuseppe kroop zelf op het zadel van
zijn machine en liet menig concurrent achter zich.
In die eerste jaren van de Twintigste Eeuw
was er geen verschil tussen straatmachines en racemachines
en door zich te bewijzen in deze races ontstond vanzelf een vraag naar zijn
motoren.

Gilera 500 cc 1921 |
Na de productie van de VT 317 legde Giuseppe
zich toe
op de productie van nog snellere en grotere motoren.
Zo ontwikkelde hij een 1-cylinder 500 cc motor en een 570 cc
tweecilinder die werkelijk als de brandweer ging.
De nieuwe Gilera's vielen direct op bij het publiek.
Ze waren snel, fraai geconstrueerd, makkelijk te onderhouden,
krachtig in vermogen en bovendien gunstig geprijsd.
De vraag naar Gilera motoren steeg dan ook gestaag
en binnen enkele jaren moest Giuseppe uitkijken naar
een grotere werkplaats voor de productie van zijn motorfietsen.
Uiteindelijk vond hij in Arcore in de buurt van Monza
een geschikte plek om uit te breiden.
Samen met zijn broer Luigi en zijn zwager Piero
Bernasconi ging Giuseppe nu echt werk maken van de uitbouw van zijn bedrijf.
In de jaren 20 van de orige eeuw verraste Gilera de markt met voor die tijd
zeer snelle 500cc 1-cylindermotoren
die met gemak een topsnelheid van 140 km/u haalden.
Door zich steeds meer toe te leggen op snelheid en vermogen
maakte Gilera een naam voor zich.
Het bewijs werd ook telkens geleverd in de
vele races waar Gilera aan deelnam.

Gilera 500 cc 1933 |
In de jaren 30 waren de Gilera motoren een
begrip in Italie.
De fabriek in Arcore was inmiddels al flink uitgebreid en de
verkoop van de verschillende modellen liep als nooit tevoren.
Met 700 werknemers was Gilera een belangrijke werkgever
voor de gehele streek en wat verkoopaantallen betrof was Gilera
al opgeklommen naar de tweede plaats op de Italiaanse markt,
net achter Moto Guzzi.
In 1936 verbaasde Gilera de wereld met de Rondine(Italiaans
voor
'Zwaluw')
De Rondine was een futursitische racemotor die meer weg had van een vliegtuig
zonder vleugels dan van een racemotor.
Hij was gebouwd om een aanval te doen op het wereldsnelheidsrecord voor motoren.
In 1937 was de Rondine er helemaal klaar voor.
Met zijn viercilinder 500cc
krachtbron wist hij een topsnelheid van 274 km/u te halen.
Een ongelooflijke snelheid die geen enkele motorfiets in de
twintig jaren daarna nog wist te bereiken.
De Rondine werd in de jaren daarna nog gebruikt voor de
steeds populairder wordende motorraces en in 1939 wist Dorino Serafini
er het Europees Kampioenschap Motorracing mee binnen te halen,
de eerste echte grote titel voor Gilera.

De supersnelle en prachtige Gilera Rondine uit 1937, zijn tijd ver vooruitt |
Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
moest Gilera zich noodgedwongen
toeleggen op de productie van motoren voor de Italiaanse Strijdkracht.
Speciaal voor de Landmacht werd een zijspanmotor gebouwd
die op verzoek kon worden uitgerust met een mitrailleur.
De motor van dit zijspan was een kunststuk op zichzelf.
Aandrijving en motorblok zelf werd in 1 hermetisch gesloten motorblok
gecomprimeerd.
Daarnaast waren grote delen van het frame en van
de carrosserie vervaardigd uit lichtmetaal.
In combinatie met het sterke Gilera-motorblok
was dit zijspan
zonder twijfel het snelste zijspan van de oorlog.
Niet voor niets was het Gilera zijspan enorm populair bij de militairen,
op het slagveld kon snelheid immers je leven redden.
Na de Tweede Wereldoorlog was Italie
een verslagen land in alle opzichten.
Het fascistische regime van Benito Mussolini had Italie
meegezogen in een
oorlog aan de zijde van de Duitsers en na de overwinning
van de Geallieerden lag de toekomst van het
eens zo trotse Italie in de handen van haar
overwinnaars.
Ondertussen had het Italiaanse volk al op brute wijze korte metten
gemaakt met haar leider Mussolini en nu was het afwachten wat de toekomst ging
brengen.
Gelukkig maakten de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog niet dezelfde fouten
als
hun voorgangers na de Eerste Wereldoorlog.
Hoewel men wel restricties oplegden aan het Italiaanse volk en haar
veelal platgebombardeerde industrie hoefde
Italie geen grote herstelbetalingen te verrichten aan
de Geallieerden.
Dit had overigens niet alleen met de ruimhartigheid van de
Geallieerden te maken maar ook met een hoge mate van realiteitszin.
Italie was bankroet en zonder de hulp van de
Amerikanen
en Engelsen zou Italie er niet snel bovenop kunnen
komen.
In 1948 werd met behulp van gelden uit het Marshall Plan de
Italiaanse industrie nieuw leven ingeblazen.
Zo kreeg de Fiat Groep een grote financiele injectie voor de productie
van personenwagens
en ook andere industrie-en mochten een cheque tegemoetzien
vanuit Amerika.
Hoewel Gilera, voor zover bekend,
geen directe hulp kreeg vanuit het Marshall Plan
plukte men er indirect toch wel de vruchten van.
Het berooide Italiaanse volk ging langzaam maar zeker weer geloven in de
toekomst.
De massale werkloosheid van na de oorlog nam gestaag af en het welvaartspeil nam
in gelijke mate toe.
Met de toename in welvaart nam ook de behoefte aan individuele mobiliteit toe.
Voor Gilera betekende dit dat er zich weer kansen aanboden voor haar producten.
Het Italie van na de oorlog was echter niet
vergelijkbaar met het sterke Italie van voor de
oorlog.
Ook op het gebied van vervoer en transport liet dit sporen na.
Waar men voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
alleen maar oog had voor grote, zware en dure motoren
zocht men nu naar een goedkope en lichte wijze van vervoer.
Andere fabrikanten hadden dit ook goed gezien.
Zo kwam Piaggio met haar befaamde Vespa-scooter op de
markt
en betoverde hiermee een hele generatie Italianen.
Garelli kwam met haar prijsbewuste Mosquito en Ducati bracht de kleine Cucciolo
op de markt.
Bij Gilera had men ondertussen ook niet stilgezeten.
Het merk wat voor de oorlog een naam had opgebouwd met de productie
van zware en snelle motoren kwam nu met lichte 100 cc en 125 cc motoren.
De lichte motoren waren een instant succes en na enkele moeilijke jaren was
Gilera weer on the road,(of op z'n Italiaans, su la strada).
In het begin van de jaren 50 floreerden de
Gilera
fabrieken als nooit tevoren.
De lichte motoren vonden hun weg gemakkelijk naar de klant en dan was er
nog die ene passie die als een rode draad door de geschiedenis van Gilera liep.
We hebben het dan natuurlijk over het racen en in die tak van motorsport was
Gilera iedereen de baas.
De eerste racesuccessen van na de oorlog
begonnen in 1949.
In 1948 was de F.I.M. opgericht en deze internationale
overkoepelende organisatie van motorverenigingen had besloten om in
1949 van start te gaan met het eerste Wereldkampioenschap Wegrace voor Motoren.
Gekozen werd om de 6 belangrijkste racewedstrijden van dat moment aan te
duiden als Grand Prix en de best presterende coureur over deze 6 wedstrijden
werd als Wereldkampioen uitgeroepen.
Er werd gestreden in 5 klassen: 125 cc, 250 cc, 350 cc , 500 cc en zijspannen.
De 6 wedstrijden die als Grand Prix werden aangeduid waren achtereenvolgens
de Tourist Trophy op het Britse Isle of Man,
de GP van Zwitserland in Bremgarten,
de GP van Nederland op het TT stratencircuit van Assen,
de GP van Belgie in Francorchamps,
de GP van Ierland in Clady en de
GP van Italie op het circuit van Monza.
Hoewel Gilera zich inmiddels toelegde op de
productie van lichte motoren
koos men ervoor om zich in het
Wereldkampioenschap te meten in de zware 500 cc klasse.
Oude liefde roest niet moeten ze bij Gilera
gedacht hebben,
en hun hart lag nu eenmaal bij de zware
motoren.

De befaamde Libero Liberati op zijn Gilera in het Wereldkampioen |
In 1949 was Gilera klaar voor de
strijd en in de tweede GP van dat jaar
op het glooiende parcours van Bremgarten in
Zwitserland pakte Arciso Artesiani al een 2e plek in de 500 cc
klasse.
In de TT van Assen is de 500 cc race een echte sensatie.
Nello Pagani is op zijn Gilera in een heftig
duel verwikkeld met de AJS van Leslie Graham.
In de laatste ronden weet Pagani de AJS te verslaan en met een verschil
van 3 seconden weet hij voor Gilera de eerste Grand Prix overwinning binnen te
halen.
In de Grand Prix van Belgie weet Artesiani wederom beslag te leggen op de tweede
plaats
en in de GP van Ierland is het Pagani weer die de beste Gilera coureur is op de
derde plaats.
In Monza zou de titelstrijd beslist worden.
Gilera wilde voor haar thuispubliek natuurlijk schitteren en dat gebeurde ook.
Pagani pakte glansrijk de overwinning en Artesiani maakte
met zijn 2e plek het feestje voor Gilera helemaal
compleet.
De wereldtitel was echter voor Leslie Graham op zijn
AJS die met 1 puntje verschil de titelstrijd in zijn voordeel wist te
beslechten.
Dat ene puntje was echter nogal discutabel toegewezen aan Graham.
Op de eerste plaats werden alleen de beste 3 Grand Prix
resultaten meegeteld per coureur en als men dit niet had
gedaan dan was Pagani met groot verschil Wereldkampioen geworden.
Op de tweede plaats kreeg Graham een extra punt omdat zijn
teamgenoot Fend in Zwitserland de snelste ronde had neergezet en later uitviel.
Besloten was namelijk dat de rijder met de snelste ronde een extra punt kreeg.
Die rijder moest dan wel de finish halen.
De jury besloot toch dat Graham hierdoor
een extra punt kreeg omdat hij de teamgenoot van Fend was.
Gilera protesteerde heftig tegen dit besluit maarde F.I.M. bleef bij haar zeer discutabele beslissing.

Bob McIntyre en zijn Gilera tijdens de Isle of Man TT in 1957

Bob McIntyre ongenaakbaar op zijn Gilera
|
In 1950 nam Gilera zich voor alles uit de kast
te
halen om het onrecht van 1949 recht te zetten.
En dat lukte met glans!!
Umberto Masetti werd de eerste Wereldkampioen Wegrace voor Gilera.
Met zijn 500 cc Gilera was hij welhaast onklopbaar en ook in 1952 herhaalde hij
dit succes.
Masetti had met 2 Wereldkampioenschappen in 3 jaar tijd de hegemonie van Gilera
bevestigd.
Vanaf 1953 nam de concurrentie van andere
merken echter toe.
Het Wereldkampioenschap Wegrace werd almaar populairder en met
de groeiende welvaart in Europa was er ook steeds meer geld beschikbaar voor het
racen.
Naast een geweldige machine moest je nu ook een geweldig
coureur hebben die alle PKs goed op de weg kon houden.
In 1953 had Gilera de juiste man op het zadel zitten.
Met Geoff Duke had Gilera gekozen voor wellicht de beste coureur die de wereld
ooit gekend heeft.
In 1951 had Duke met zijn Norton al het Wereldkampioenschap op zijn naam
gebracht,
in 1952 moest hij het echter met zijn Norton afleggen tegen de superieure Gilera
van Masetti.
In 1953 zou dan eindelijk 's werelds snelste man plaats nemen op
's werelds
snelste motor.
Het bleek een gouden combinatie.
In 1953, 1954 en 1955 pakte Geoff Duke de Wereldtitel in de 500 cc.
Met een overweldigende rijstijl liet Duke het publiek sidderen
op de tribunes en reed hij de concurrentie het snot voor de
ogen.
Voor Gilera waren de jaren 50 de gouden jaren
van de racerij.
In 1957 pakte ze voor het laatst de Wereldtitel met de zeer talentvolle
Libero Liberati.
Daarna stopte Gilera met de racerij, althans voor een lange tijd.
Eind jaren 90 kwamen ze weer terug op de circuits en in 2001 en
2002 wist Manuel Poggiali wederom de Wereldtitel te bemachtigen,
nu in de lichte 125 cc klasse.

Geoff Duke, de snelste man op 2 wielen in zijn tijd op zijn Gilera.

Geoff Duke en Gilera, de eerste superster van het wegracen |
Op zakelijk en persoonlijk gebied ging het met
Gilera sinds 1956 slechter.
Giuseppes enige zoon Femmcio overleed dat jaar aan een tropische ziekte.
Los van het persoonlijk leed had Giuseppe hiermee zijn beoogde
opvolger verloren en daarmee ging Gilera een ongewisse toekomst tegemoet.
Een ander probleem was de sterk groeiende welvaart in Europa.
Dit lijkt misschien vreemd, maar door die enorme welvaartsgroei konden meer
en meer mensen zich een auto veroorloven en daardoor kwam
de verkoop van motoren erg onder druk te staan.
In het begin van de jaren 60 ronkte de Europese economie
als nooit tevoren en de markt voor motoren was in een diepe crisis verzeild
geraakt.
Om nog goed te kunnen concurreren met de Europese motorfietsfabrikanten
was het noodzakelijk om op grote schaal in serieproductie te kunnen produceren.
Gilera was echter altijd nog een bedrijf gebleven waarbij vakmanschap en
ouderwetse handenarbeid de boventoon
voerden.
Tegen het einde van de jaren 60 was de situatie welhaast onhoudbaar geworden.
Met de steun van de Italiaanse staat werd Gilera nog overeind
gehouden maar iedereen wist dat dit natuurlijk nooit lang kon blijven duren.

Gilera Speciale Strada 1966 |
In 1969 werd het lot van Gilera
definitief bezegeld.
Het grote Piaggio concern nam de productie in Arcore over waarbij zij
garandeerden dat het merk Gilera zou blijven bestaan,
en tot op de dag van vandaag heeft men haar woord
gehouden.
Gilera is nog steeds een merk van wereldfaam en de kwaliteit
en prestaties worden nog altijd geroemd,
of dit nu op het circuit is of op de weg.
De man waarmee het allemaal begon, Giuseppe
Gilera, overleed op 21 november 1971.
Hij had Gilera eigenhandig uit de grond gestampt en had zijn bedrijf zien
groeien en bloeien.
Het einde had hij zich wellicht anders voorgesteld.
Toch kan die teleurstelling niet anders dan in de schaduw staan van die
prachtige successen.
Gilera heeft aan de bakermat gestaan van het succes van de motorfiets en
zonder Gilera zou het Wereldkampioenschap Wegrace zich nooit
zo professioneel ontwikkeld hebben in die eerste belangrijke jaren van haar
bestaan.
Vandaar:
Tante Grazie Signor
Giuseppe!